Leer Nederlands met Susa, lerne Niederländisch Leer                                       met Susa!
Home. Nederlands/Niederländisch. Veel plezier/Viel Spaß. Duits/Deutsch. Andere links. Dank. Diverse/n.
Ein Idiom ist eine  Redensart, ein Spruch, ein Sprichwort, eine Redewendung - ich sammele sie hier, wie sie mir irgendwann einmal begegnet sind
Idiomen zijn bijzondere, karakteristieke woorden en uitdrukkingen van een taal, het taaleigen - ik verzamel ze hier net zoals ze me tegen gekomen zijn
In Deutschland sagt man ...
De Nederlander zegt ...
eine bestehende Redewendung
een geijkte zegswijze
jemandem einen üblen Streich spielen
iemand een poets bakken
großer Bahnhof
veel tamtam/poeha/vertoon
Bahnhof verstehen
geen bal van iets snappen
sich wohl fühlen, in seinem Element sein
in zijn sas zijn
Fragen kostet nichts
vragen staat vrij
lass dich nicht unterkriegen;
lass dir nicht auf der Nase herumtanzen
laat je niet kisten
die Luft ist rein
de kust is veilig
provozieren, Anlass geben
het er naar van maken
Na, ich danke bestens!
Ik dank je feestelijk!
wie ein Ölgötze dasitzen
roerloos, als een standbeeld zitten
das ist klipp und klar
dat is glashelder
dat is zo klaar als een klontje
klipp und klar
klaar en duidelijk
seit eh und je
vanouds, van oudsher
in Hülle und Fülle
in overvloed
bij de vleet
ins Raster passen
in het pulletje vallen
sich in Acht nehmen, auf der Hut sein
op zijn tellen passen
in Ohnmacht liegen/fallen
in katzwijm liggen /vallen
nach langem Hin und Her
na veel vijven en zessen
nach dem Rasenmäherprinzip verfahren / vorgehen
met de kaasschaaf erover gaan
Kommunionsfeier
plechtige communie
jemandem ein Loch in den Bauch fragen
iemand honderduit vragen
früh auf (den Beinen) sein
vroeg bij de pinken zijn
Gute Idee!
Straks plan!
Ich bin dann mal weg.
Ik ga de hort op!
So viel dazu ...
Zo staat het ermee ...
jmd in Beschlag nehmen
beslag leggen op iemand, iemand in beslag nemen
etw nicht leisten können
.. dat kan ik niet doen ..
sich eine Abfuhr holen
de kous op de kop krijgen
ich befürchtete das Schlimmste
ik hield mijn hart vast
Schnee von gestern
oude koek
die weiße Pracht
de witte pracht
Steter Tropfen höhlt den Stein.
de aanhouder wint
bei jemandem ins Fettnäpfchen treten
het bij iemand [door een onoverdachte (spontane, impulsieve enz) reactie] bederven, verpesten
Wenn man den Esel nennt, kommt er gerennt.
Als je het over de duivel hebt, trap je hem op zijn staart.
Was man nicht im Kopf hat, hat man in den Füßen/Beinen.
Wie zijn kop niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken.
schwarz sehen
een zwaar hoofd in iets hebben
abschalten
de knop op dom zetten
der Dumme sein
het bokje zijn, het haasje zijn, de sigaar zijn
haufenweise, scharenweise
bij bosjes
Teufelskreis
een vicieuze cirkel
den/die sind wir los
opgeruimd staat netjes
Blut und Wasser schwitzen
peentjes zweten
ich weiß
ik weet het
(nicht) ehrlich, vertrauenswürdig
(niet) zuiver op de graat
anschauliche, lebendige, plastische Sprache
smeuïge taal
wie geschmiert laufen
op rolletjes lopen
sich durch jemanden ärgern lassen
zich door iem. laten opnaaien
keinen Finger krumm machen
geen flikker uitvoeren
Verschwinde! Verdufte! Hau ab!
de boom in!; je kunt me de boom in
du willst Schwierigkeiten, Probleme;
du forderst Schwierigkeiten heruas
je vraagt om moeilijkheden
a) Das ist nichts Besonderes/Außergewöhnliches.
b) Das ist ein Allerwelts... (...auto, ... haus, ... politiker)
c) Das gibt es an jeder Ecke!
zo gaan/zijn er dertien in een dozijn
das können wir uns nicht aussuchen
we hebben het niet voor het uitkiezen
ich bin/werde schläfrig
ik heb/krijg slaap
jemanden mit Versprechungen abspeisen
iemand zoet houden met beloften
mit großem Aufwand
met veel uiterlijk vertoon
abhängig sein von, etw. nötig haben; "es" brauchen
het ergens van moeten hebben
Aber dazu kommt es meistens nicht.
Maar daarvan komt meestal niet veel terecht.
Zeit, Platz im Überfluss haben
een zee van tijd, ruimte hebben
sofort an die Arbeit gehen
onmiddelijk werk van iets maken
von etwas profitieren
baat bij iets hebben
jmds. Tun und Lassen
iem. handel en wandel
in trockenen Tüchern
in kannen en kruiken
Katzensprung
kippeneindje
heute fällt die Stunde aus
vandaag komt de les te vervallen
das ist in Ordnung
dat zit wel goed
keinen blassen Dunst von etw. haben
ergens geen kaas van gegeten hebben
mit dem Leben bezahlen
met de dood bekopen
einerlei, gleichgültig, egal
om het even
ganz gleich wann
om het even wanneer
etw. nicht entbehren können
niet buiten iets kunnen
päpstlicher als der Pabst
roomser dan de paus
das Sagen haben
de lakens uitdelen
Das ist nicht der Rede wert.
Dat mag geen naam hebben.
Er sah aus wie aus dem Ei gepellt.
Hij zag eruit als een doosje.
blinder Alarm
loos alarm
mit jmd. ein Hühnchen zu rupfen haben
met iem. nog een appeltje te schillen hebben
die grüne Minna
de blauwe wagen
Blindekuh spielen
blindeman(netje) spelen
die eiserne Hochzeit
de briljanten bruiloft
die Nase gestrichen voll haben
er de buik van vol hebben
immer und ewig
eeuwig en altijd
ich Kamel!
ezel, die ik ben!
das macht nichts
dat geeft niets
sich grün und blau ärgern
zich groen en geel ergeren
ohne eine Miene zu verziehen
zonder een spier te vertrekken
geh' mir aus der Sonne
ga uit mijn licht
die Kirche im Dorf lassen
de kerk in het midden laten
ein ernstes Wort mit jmd. reden
een hartig woordje met iem. spreken
von der Hand in den Mund leben
van de hand in de tand leven
vor die Hunde gehen
naar de haaien gaan
auf den ersten Blick
op het eerste gezicht
Kein Geld, keine Ware!
Geen geld, geen Zwitsers!
jemanden grün und blau schlagen
iemand bont en blauw slaan
die Katze aus dem Sack lassen
de aap komt uit de mouw
rappelig von etwas werden
het heen-en-weer van iets krijgen
Das ist mir ein Rätsel.
Dat is een haspel in een fles.
das Kleingedruckte
kleine letters
einen großen Bogen um etw./jmd.  schlagen
iets/iem. uit de weg gaan
ein Gesicht wie ein Unschuldslamm
met zijn zijden gezicht
Es fiel mir wie Schuppen von den Augen.
Het deed me de schellen van mijn ogen vallen.
Was nicht ist, wird noch werden.
Wat niet is, kan nog komen.
organisierte und nicht organisierte Arbeitnehmer
al dan niet georganiseerde werknemers
verheiratet oder nicht verheiratet
al dan niet gehuwd
Das ist wohl wahr.
Dat is waar ook.
für dich auch
jij ook
ich dachte, dass es schlimmer sei
ik had me aan erger verwacht
das läuft (nicht) wie am Schnürchen
het gaat (niet) van een leien dakje
Ich fühle mir nicht so schnell auf den Schlips getreten.
Ik ben niet gauw in de wiek geschoten.
damit kann schon (häufiger) mal etwas schiefgehen
dit kan weleens (vaker) mis gaan
davon hast du doch keine Ahnung ....
daarmee zeg je maar wat ...
damit sagst du so was ...
daarmee zeg je zo wat ...
langer Rede kurzer Sinn
om een lang verhaal kort te maken
was du heute kannst besorgen, das verschiebe nicht auf morgen
laat nimmer iets tot morgen staan, wat nog voor heden kan gedaan
bei Nacht und Nebel verschwinden
met de noorderzon vertrekken
einlochen
in de bak zetten
knapp drei Kilometer
een kleine drie kilometer
es ist knapp ein Jahr her
het is een klein jaar geleden
die Ärmel hochkrempeln
de handen uit de mouwen steken
wie warme Semmeln
als warme broodjes
Mir läuft das Wasser im Mund zusammen.
Ik zit te watertanden.
Nun haben wir (wieder) etwas dazu gelernt.
Nu zijn we dat ook weer te weten gekomen.
gleichsam, wie
als het ware
etwas alle machen/verputzen
iets soldaat maken
zu/dicht wie eine Haubitze
zo teut als een deur
dieses Problem droht unter den Tisch zu fallen
dit probleem dreigt ondergesneeuwd te raken
Warum muss mir das wieder passieren?
Heb ik dat!
umsonst, für die Katz
voor noppes
vergnügt / quietschvergnügt sein
in zijn nopjes zijn
flink wie ein Wiesel
zu vlug als water
alles haarklein wissen wollen
het naadje van de kous willen weten
sich abhetzen
zich uit de naad lopen
sich abarbeiten,  arbeiten wie ein Pferd / Kuli,  schuften
zich uit de naad werken
Ein Kotzbrocken wie er im Buche steht!
Een volmaakte klootzak!
Lehrjahre sind keine Herrenjahre
Tijdens de leerjaren kan men zich niet permitteren wat de baas zich permitteert
'Darum' ist keine Antwort!
'Daarom' is geen reden en als je van de trap valt ben je gauw beneden.
einen sitzen haben
flink/lekker in de olie zijn
Menschenskind!
Nou moe!
hin und her
over en weer; heen en weer
ganz sicher/gewiss, ohne Zweifel
vast en zeker
etwas in den Griff bekommen
iets onder de knie krijgen
für jeden ist etwas dabei
er is daar voor elk wat wils
Seelenklempner
zielknijper
Das Gelbe vom Ei
Het je van het
für etwas zu haben sein, bei etwas mitmachen
ergens wel voor te porren zijn
das steht noch in den Sternen
dat zit nog
nicht berühmt
niet om over naar huis te schrijven
wer's glaubt
maar niet heus
wie schade
wat sneu
an die Decke gehen
opvliegen
Du hast was gut bei mir.
Dat hou je nog te goed van mij.
Je houdt wat goed van mij.
die Feststimmung trüben
een feest ontluisteren
kein Einzelfall
verre van uniek
einen Preis bekommen
in de prijzen vallen
abwechselnd
om en om
Du kannst dich darauf verlassen, dass ...
Jij kunt ervan op aan dat ...
Kann ich mich darauf verlassen, dass ...?
Kan ik ervan op aan, dat ...?
einen Saustall hinterlassen
rotzooi achterlaten
Krach mit jemandem haben, mit jemandem aneinander geraten
het aan de stok hebben/krijgen met iemand
das ist ein Kinderspiel,  das ist kinderleicht
een kind kan de was doen
Wie der Herr, so das Gesinde.
Zo de abt, zo de monniken.
Hat man so was schon erlebt!?
Heb je van je leven!?
Wel heb ik van mijn leven!?
einstweilen
voor strakkies
jmdm. die Butter auf dem Brot nicht gönnen
iem. het licht in de ogen niet gunnen
Dieses Wetter kann mir gestohlen bleiben.
Dat weertype kan me gestolen worden.
Das ist das A und O!
Dat is het wezenlijke! Dat is de kern van de zaak.
Es ist noch nicht aller Tage Abend.
Tussen heden en morgen kan veel gebeuren.  
Wat niet is, kan nog komen.
abfüllen
dronken maken
(voll) auf jmdn., etwas abfahren
op iem., iets vallen
den Löffel abgeben
de pijp aan Maarten geven
jmdm. das Wasser abgraben
iem. het gras voor de voeten wegmaaien
Ich guck dir nichts ab!
Schaam je maar niet, ik kijk niet!
das Problem war schnell abgehakt
het probleem was vlug afgehandeld
abhanden kommen
verloren gaan,  zoekraken,  kwijtraken
jmdm. den Rang ablaufen
iem. de loef afsteken
etwas an Land ziehen
iets inpikken, inpalmen, in de wacht slepen
Sieh zu, dass du Land gewinnst!
Maak dat je wegkomt!
kein Land (mehr) sehen
het niet (meer) zien zitten
andere Länder, andere Sitten
ieder land heeft zijn trant
die beleidigte Leberwurst spielen
op zijn teentjes getrapt zijn
Lieschen Müller
(de) doorsneevrouw
Da lob ich mir doch ein Bier!
Dan heb ik toch liever een biertje!
Das lob ich mir!
Dat bevalt me (wel)!
sich nicht lumpen lassen
zich niet (willen) laten kennen,  zich royaal tonen
Männchen machen
op de achterpoten gaan zitten
auf den Federball gehen
lekker gaan slapen
es ist zum Mäusemelken
het is om (knetter)gek van te worden
der Klugscheißer
de betweter
So eine Scheiße!
Dat is toch klote!
Schisser
bange schijter(d)
lahmarschig
lamzakkig, sloom
Grufti
ouwe zak, lul
blöde Kuh
trut
Giftnudel
gifkikker
Schwätzer
kletskous, roddelaar
sich verpissen
er tussenuit knijpen
auf dem Schlauch stehen
traag van begrip zijn
nicht zu Schmidtchen gehen, sondern zu Schmidt
zich meteen tot de hoogste instantie wenden
den Bock zum Gärtner machen
de kat bij het spek zetten, op het spek binden
einen Bock schießen
een blunder / flater slaan / begaan
(keinen) Bock auf etwas haben
(geen) zin hebben in iets
(nur so) aus Bock
(zomaar) voor de lol / gein
null Bock (auf etwas) haben
voor geen meter zin (in iets) hebben
mit jmdm. mal deutsch reden
iem. eens flink zeggen waar het op staat
Schlitzohr
sluwe vos
die Tafel aufheben
de maaltijd beëindigen (en van tafel gaan)
durch die Bank
allemaal,  allen,  totaal,  zonder uitzondering
etwas aus dem Effeff beherrschen / können / verstehen / kennen
iets volkomen beheersen,  iets op z'n duimpje, tot in de puntjes
die Sau rauslassen
het beest uithangen
eine Sau durchs Dorf treiben
een ballonnetje oplaten
unter aller Sau
beneden alle peil
spitz, scharf, erpicht auf etwas sein
tuk op iets zijn
das ist zum Verrücktwerden.  
het is om tureluurs te worden