Leer Nederlands met Susa, lerne Niederländisch Leer                                       met Susa!
Home. Nederlands/Niederländisch. Veel plezier/Viel Spaß. Duits/Deutsch. Andere links. Dank. Diverse/n.

omstreeks nabij inzake vanop bezijden vanuit versus te ongeacht tegen benevens onderlangs onverschillig sedert gezien sine boven ten luidens uit conform jegens dankzij vanaf aangaande naargelang voorbij ingevolge naast tijdens langs pro beneden omtrent ex onder vanwege min omwille van rondom per wegens over binnen tussen behalve van zonder namens gedurende ter krachtens om onderin onverminderd uitgezonderd sub uitgenomen beoosten ingaande benoorden buiten halverwege overeenkomstig blijkens hangende à volgens minus nopens ad staande na sinds bewesten qua

niettegenstaande contra naar nevens met in plus tot ondanks getuige op rond tegenover behoudens bij achter aan via door trots halfweg voor betreffende

Nederlandse preposities (voorzetsels)

Zoeken op alfabetische volgorde? Klik dan hier aub.

20 á 25 minuten


20 bis 25 Minuten

3 á 4 dagen


3 bis 4 Tage

á 11%


zu 11%

5 meter á 6 euro


5 Meter zu 6 Euro

á 3 euro per stuk


das Stück zu 3 Euro, 3 Euro das / je / pro Stück

4 stuks á 2 euro


4 Stück zu je 2 Euro

aan de grond zitten

geen geld of mogelijkheden meer hebben

am Ende sein

aan de hand zijn

gebeuren

geschehen, passieren

aan de verwachtingen voldoen


den Anforderungen entsprechen

behoefte hebben aan

willen hebben of doen

ein Bedürfnis nach etwas haben

bij gebrek aan beter

omdat er niets beters is

in Ermangelung von

bijdragen aan iets


beitragen zu

daar heb ik geen boodschap aan

dat interesseert mij niet

das interessiert mich nicht

deelnemen aan iets

meedoen met iets

teilnehmen an

denken aan


denken an

doen aan iets

als activiteit hebben

machen, treiben, sich beschäftigen mit

een hekel hebben aan


eine Abneigung gegen etwas haben

er is niets meer aan te doen


dagegen kann man nichts mehr tun

gebrek hebben aan iets


es fehlt an etwas

gewend zijn aan


gewöhnt sein an

grenzen aan iets


an etwas grenzen

herinneren aan

doen denken aan

erinnern an

iets aan stukken slaan

op een wilde manier kapotmaken

etwas in Stücke schlagen

lijden aan iets

last hebben van iets

an etwas leiden

veel aan je hoofd hebben

het druk hebben

viel zu tun haben

waarde hechten aan iets

iets belangrijk vinden

auf etwas Wert legen

aan de vraag voldoen

genoeg leveren

die Nachfrage befriedigen

aan een zijden draadje hangen

in gevaar zijn

am seidenen Faden hängen

achter de feiten aan lopen

de laatste ontwikkelingen niet kennen

nicht auf dem Laufenden sein

daar heb ik het land aan

dat vind ik vervelend

die Nase voll haben

ontkomen aan


sich etwas entziehen

sterven aan iets


sterben an

verslaafd zijn aan iets


abhängig sein von

aan boord

in een schip of een vliegtuig

an Bord

aan de macht komen

in de regering komen

an die Macht kommen

aan de slag gaan

beginnen met werken

loslegen

aan de weg timmeren

dingen doen die de aandacht trekken

auf sich aufmerksam machen

aan één stuk door

zonder onderbreking

ununterbrochen

aan het hoofd van de tafel

aan een van de korte kanten van de tafel

am Kopfende des Tisches

aan je trekken komen

krijgen wat je wilt of nodig hebt

zum Zuge/zum Recht kommen

aan tafel gaan

beginnen met de maaltijd

zu Tisch gehen

als aan de grond genageld

zonder te kunnen bewegen van schrik

wie festgenagelt

beantwoorden aan iets


entsprechen, genügen

er is geen vuiltje aan de lucht

er is geen probleem

die Luft ist rein

het is tot daar aan toe

dat is op zich al erg (maar iets anders is nog erger)

das geht ja noch

medeplichtig zijn aan iets

medeverantwoordelijk zijn voor iets

mitschuldig sein an

toe zijn aan iets

inmiddels willen hebben

so weit sein

twijfelen aan


zweifeln an

wennen aan


sich an etwas gewöhnen

zich ergeren aan


sich über etwas ärgern

zich hechten aan


sich jemandem anschließen

aan de lopende band

heel erg vaak

laufend, ständig

aan tafel


zu Tisch

arm zijn aan iets


an etwas mangeln

daar heb ik part noch deel aan

daar heb ik niets mee te maken

nichts mit etwas zu schaffen haben, unbeteiligt sein

daar zitten haken en ogen aan

er zijn nog wat problemen aan verbonden

die Sache hat einen Haken

de voorkeur geven aan


bevorzugen

gewend raken aan


sich an etwas gewöhnen

helpen aan iets

zorgen dat iemand iets krijgt

jemandem zu etwas verhelfen

het hoofd bieden aan (problemen)

overwinnen

etwas/jemandem die Stirn bieten

iemand aan zijn jasje trekken

iemands aandacht voor iets vragen

jemanden auf etwas ansprechen

iets aan de gang krijgen

iets repareren of laten functioneren

etwas wieder zum Laufen bringen

mankeren aan iets


fehlen/mangeln an

onderwerpen aan


sich unterordnen

ontbreken aan iets


fehlen/mangeln an

ontlenen aan


entlehnen/herleiten von

ontsnappen aan


etwas entgehen/entrinnen

refereren aan


sich beziehen auf

trouw zijn aan


etwas treu sein

van meet af aan

vanaf het begin

von Anfang an

aan de rand van de afgrond staan

in een kritieke situatie verkeren

am Rande des Abgrunds

aan de verwachtingen beantwoorden


sich bewähren

aan het verkeerde adres zijn


an der falschen Adresse

aan het roer staan

leiding geven

am Ruder stehen/am Ruder sein

aan iemands lippen hangen

heel aandachtig luisteren

an jemands Lippen hängen

analoog zijn aan iets

op dezelfde manier in elkaar zitten; overeen komen met

übereinkommen mit

bezwijken aan iets

doodgaan aan iets; kapotgaan aan iets

an etwas kaputt gehen

een broertje dood hebben aan iets

iets heel erg vervelend vinden

etwas auf den Tod nicht leiden können

een voorbeeld nemen aan iemand


sich ein Vorbild nehmen an jemanden

gehoor geven aan (een verzoek)

aan een verzoek beantwoorden

etwas befolgen

goed doen aan iets


gut an etwas tun

iemand aan de tand voelen

onderzoeken wat iemand weet

jemanden auf den Zahn fühlen

iemand aan het woord laten

iemand laten praten

jemanden zu Worte kommen lassen

iets aan de orde stellen

bespreken

aufs Tapet bringen

rijk zijn aan iets


reich an etwas sein

toevoegen aan iets


etwas hinzufügen

voorafgaan aan


etwas vorausgehen

wijten aan


etwas zuschreiben

zich houden aan iets


sich an etwas halten

zich opdringen aan iemand


sich jemandem aufdringen

aan de orde van de dag zijn

vaak voorkomen

an der Tagesordnung sein

aan het licht komen

bekend worden

zutage kommen

aan lagerwal raken

in slechtere omstandigheden terechtkomen

herunterkommen, verkommen

bij gebrek aan

omdat ... er niet is

in Ermangelung von etwas

de hand aan jezelf slaan

zelfmoord plegen

Suizid begehen

een mouw passen aan iets

al improviserend een oplossing bedenken

Rat wissen

het schort aan iets

iets ontbreekt

es fehlt/mangelt an

iets aan de grote klok hangen

een nieuwtje aan iedereen vertellen

etwas an die große Glocke hängen

iets aan de kaak stellen

bekendmaken en bekritiseren

etwas an den Pranger stellen

iets aan de man brengen

iets verkopen

etwas an den Mann bringen

onderhevig zijn aan iets


etwas unterworfen sein

onttrekken aan iets


etwas entziehen

tornen aan iets



van jongs af aan

vanaf de jeugd


verwant zijn aan



voldoen aan iets



zich vergapen aan iets



zich wijden aan



aangaande die kwestie is nog niets bekend


betreffs dieser Angelegenheit, was diese Angelegenheit betrifft, ist noch nichts bekannt

aangaande het verzoekschrift van X ...


betreffs des Antrags von X ...

een stok achter de deur

een motivatie om hard te werken

Druckmittel

achter de feiten aan lopen

de laatste ontwikkelingen niet kennen

nicht auf dem Laufenden sein

achter de rug zijn

afgelopen zijn

das ist vorbei, das ist erledigt

achter slot en grendel

veilig opgeborgen

hinter Schloss und Riegel

achter zijn rug om

zonder dat hij het weet; stiekem

heimlich, hinter seinem Rücken

Achter de wolken schijnt de zon.

na een vervelende periode wordt het altijd beter

Auf Regen folgt schon wieder Sonnenschein

daar zit iets achter

dat heeft een bedoeling of reden waarover niets is gezegd

da steckt doch was dahinter

iets achter de hand hebben

iets in reserve hebben

etwas in der Hinterhand halten

iets niet achter iemand zoeken

verrast zijn door iemands eigenschap of talent

etwas nicht von jemanden erwartet haben

ad vier procent


zu vier Prozent

ad acta leggen


ook zu den Akten legen

ad valvas

op het mededelingenbord (van een universiteit, de faculteit enz.), ets ad valvas bekendmaken

am schwarzen Brett

behalve de voorzitter zijn er zeven leden


neben dem Vorsitzenden gibt es sieben Mitglieder

ik lust alles behalve koolraap


mir schmeckt alles außer Kohlrüben

hij is behalve deskundig ook ambitieus


er ist nicht nur kompetent, sondern auch ehrgeizig

behalve de neus lijkt hij sprekend op zijn vader


abgesehen von der Nase ähnelt er genau seinem Vater

behoudens de eer


unbeschadet der Ehre

behoudens alle titels


unbeschadet aller Titel

behoudens enkele wijzigingen werd het plan goedgekeurd


einige Änderungen ausgenommen, wurde der Plan genehmigt

behoudens goedkeuring van Gedeputeerde Staten


vorbehaltlich der Genehmigung der Deputiertenstaaten

beneden nul (graden)


unter null

beneden peil

onder verwachte niveau

unter allem Niveau, unter dem Strich, unter aller Würde

beneden iemand staan


ook jemandem unterstehen

beneden de waarde verkopen


unter Wert verkaufen

beneden mijn waardigheid


unter meiner Würde

beneden de wind (scheepvaart)


unter dem Wind

beneden de grond


unter der Erde

beneden de koers liggen (scheepvaart)


unter dem Kurs liegen

beneden een bepaalde leeftijd


unter einem bestimmten Alter

2000 euro salaris benevens vrije woning


2000 Euro Gehalt nebst freier Wohnung

benoorden de rivier

ten noorden van

nördlich des Flusses

beoosten de Kaap

ten oosten van

östlich des Kaps

aanwijzingen betreffende het onderhoud


Hinweise hinsichtlich der Instandhaltung

bewesten de eilandengroep

ten westen van

westlich des Archipels

bezijden de waarheid

onwaar

nicht der Wahrheit entsprechend / gemäß, nicht in Übereinstimmung mit der Wahrheit

zich aansluiten bij

zich bij een mening aansluiten^

sich einer Ansicht anschließen

bij dezen

hierbij

hiermit

fijngevoeligheid bij het omgaan met


Feingefühl im Umgang mit

bij gebrek aan beter

omdat er niets beters is

in Ermangelung an

bij iemand over de vloer komen

iemand regelmatig bezoeken

jemanden regelmäßig besuchen

horen bij


dazu gehören

passen bij

een goede combinatie zijn met

dazu passen

bij het minste of geringste

heel snel

bei der kleinsten Gelegenheit

de koe bij de hoorns vatten

hard op zoek gaan naar de oplossing van een probleem; de confrontatie aangaan

die Kuh bei den Hörnern packen, eine Gelegenheit nutzen

de koppen bij elkaar steken

overleggen

die Köpfe zusammenstecken

met je verstand (niet) bij iets kunnen

iets (niet) kunnen begrijpen

etwas (nicht) begreifen

aandringen bij iemand


jemanden zu etwas drängen, bitten

belang hebben bij iets


Interesse an etwas haben

berusten bij iemand


unter Verwahrung bei jemanden sein

betrekken bij iets


hineinziehen in etwas

bij hoog en bij laag

zonder te twijfelen terwijl daar wel reden voor is

hartnäckig auf etwas beharren / bestehen, etwas steif und fest behaupten

bij nacht en ontij

op ongewone tijdstippen, bijvoorbeeld 's nachts

bei Nacht und Nebel

zich thuis voelen bij


sich wo zu Hause fühlen

baat hebben bij iets


von etwas profitieren

bij nader inzien

nadat ik er nog eens over nagedacht heb

bei genauerer Betrachtung

daar kan ik met mijn pet niet bij

dat vind ik volkomen onbegrijpelijk

da bleibt einem der Verstand stehen

daar kan ik niet bij

dat begrijp ik niet

das geht über meinen Verstand

de daad bij het woord voegen

direct doen wat je zegt

auf Worte Taten folgen lassen

zich neerleggen bij iets

aanvaarden dat iets zo is

sich mit etwas abfinden

bij leven en welzijn


so Gott will, ... wenn es mir vergönnt ist

bij wijze van spreken

op een andere manier gezegd

sozusagen

er als de kippen bij zijn

er snel bij zijn

blitzschnell dabei sein, sich wie die Geier auf etwas stürzen

voet bij stuk houden

koppig volhouden

auf seinem Standpunkt beharren, nicht locker lassen

bij gebrek aan

omdat ... er niet is

mangels

bij lange na niet

helemaal niet

bei weitem nicht

een geluk bij een ongeluk


Glück im Unglück

de rekening moet binnen drie dagen betaald worden


die Rechnung muss innerhalb dreier Tage bezahlt werden

binnen een uur ben ik bij je


binnen einer Stunde bin ich bei dir

het ligt binnen mijn bereik


es liegt in meiner Reichweite, es liegt im Bereich meiner Möglichkeiten

het huis ligt nog binnen de stad


das Haus liegt innerhalb der Stadt

blijkens een officiële mededeling


laut amtlicher Mitteilung

blijkens oude oorkonden bestond die stad reeds in de tiende eeuw


wie aus alten Urkunden hervorgeht, gab es die Stadt schon im zehnten Jahrhundert

boven het hoofd groeien

te veel worden

über den Kopf wachsen

het gaat mijn verstand te boven

dat begrijp ik niet

das geht über meinen Verstand

boven je macht

met je handen hoger dan je hoofd

mit den Händen über Kopf arbeiten, sich überfordern, überanstrengen

boven je stand leven

voortdurend meer geld uitgeven dan je hebt

über seinen Verhältnissen leben

met kop en schouders boven iemand uitsteken

veel beter zijn dan

jemandem haushoch überlegen sein

boven de pet gaan

te moeilijk vinden

das geht über meinen Verstand

met je neus boven op iets zitten

in de positie zijn om iets heel goed te bekijken

~ gleich über etwas stolpern

buiten adem

zo moe zijn van een inspanning dat je bijna niet meer kunt praten

außer Atem

buiten iemand om

zonder dat die persoon er bij is of het weet

hinter jemandes Rücken

buiten westen

bewusteloos

bewusstlos, außer sich

buiten zijn schuld

zonder dat hij er iets aan kon doen

schuldlos, ohne Verschulden

buiten beschouwing laten

niet behandelen

außer Acht, unberücksichtigt lassen

buiten schot blijven

geen kritiek krijgen; niet benadeeld worden

außer Schussweite bleiben

de bloemetjes buiten zetten

flink feestvieren

auf die Pauke, den Putz hauen, einen drauf machen

conform het advies werd besloten


die Beschlussfassung erfolgte im Sinne des Gutachtens

conform de eis


antragsgemäß

zijn optreden was conform de opdracht


sein Auftreten war der Instruktion gemäß

het proces van x contra Y

tegen, versus

der Prozess X gegen Y

dankzij jou hebben we de wedstrijd gewonnen


dir verdanken wir den Sieg

door de mand vallen

ontmaskerd worden als bedrieger of leugenaar

erwischt / entlarvt werden

door dik en dun

in alle omstandigheden

durch dick und dünn

door merg en been gaan

een erg onplezierige sensatie zijn

bis auf die Knochen dringen, durch Mark und Bein ziehen

iets door de vingers zien

iets goedvinden terwijl het eigenlijk niet goed is

über etwas hinwegsehen

aan één stuk door

zonder onderbreking

in einem fort

door de beugel kunnen

aanvaardbaar zijn

durchgehen lassen können

dingen door elkaar halen


etwas durcheinander bringen

alle stoppen slaan door

de situatie escaleert

die Sicherungen brennen durch

in één moeite door

zonder extra moeite

in einem Aufwasch

tussen de bedrijven door

even snel te midden van andere activiteiten

zwischendurch

door de wol geverfd zijn

veel ervaring hebben

mit allen Wassern gewaschen sein

door de eeuwen heen


im Laufe der Jahrhunderte, (durch) die Jahrhunderte hindurch

een streep door de rekening

een tegenvaller

ein Strich durch die Rechnung

vordering ex art. 3


Forderung kraft Art. 3

bewijs ex absurdo


indirekter Beweis

gedurende mijn, zijn, haar, hun hele leven


zeitlebens

gedurende het hele jaar


während des ganzen Jahres

gedurende een paar maanden


während einiger Monate, ein paar Monaten

getuige de grote belangstelling


aufgrund des großen Interesses

getuige het resultaat heeft zij zich veel moeite getroost


sie hat sich viel Mühe gegeben, wie das Resultat beweist

gezien zijn slechte gezondheid


angesichts seiner schlechten Gesundheit

halfweg Utrecht en Amersfoort


auf halbem Wege zwischen Utrecht und Amersfoort

halverwege het gedicht blijven steken

op de helft van

mitten im Gedicht stecken bleiben

halverwege de trap bleef hij staan


mitten auf der Treppe ist er stehen geblieben

hangende het beraad

gedurende, terwijl

während der Beratschlagung

hangende het proces


solange der Prozess schwebt

in het ootje nemen


veräppeln, zum Besten halten

fijngevoeligheid in de omgang met


Feingefühl im Umgang mit ...

dat mag wel in de krant

dat is heel bijzonder

rot im Kalender anstreichen

geïnteresseerd zijn in


an etwas interessiert sein

gelijk hebben in iets


mit etwas Recht haben

geloven in


glauben an

handig zijn in iets


geschickt in etwas sein

het klinkt mij als muziek in de oren

dat lijkt me een erg goed idee

das klingt wie Musik in meinen Ohren

in de gaten houden

letten op

im Blick behalten

in de loop der tijd

geleidelijk aan

im Laufe der Zeit

in het oog lopen

opvallen

ins Auge fallen

in mijn ogen

volgens mij

in meinen Augen

vertrouwen hebben in iets


auf etwas vertrauen

zin hebben in iets


Lust haben auf

dag in, dag uit

elke dag opnieuw

tagein, tagaus

de stad in gaan

naar het centrum van de stad gaan

in die Stadt gehen

een gat in de markt

een product dat veel verkocht wordt als het beschikbaar is

eine Marktlücke

een gat in je hand hebben

vaak veel geld uitgeven

das Geld zerrinnt unter den Händen

goed zijn in iets


gut in etwas sein

het ligt in zijn aard

dat is zijn karakter

das ist seine Art

in de loop van de dag

naarmate de dag verder verstrijkt

im Laufe des Tages

in de papieren lopen

duur zijn

ins Geld gehen

in de steek laten

op een nare manier verlaten

im Stich lassen

in goede aarde vallen

positief ontvangen worden

auf fruchtbaren Boden fallen

in hart en nieren

met zijn/haar hele persoonlijkheid

mit Leib und Seele

in het bezit zijn van iets

hebben

im Besitz sein von etwas

in je straatje passen

bij je belangen passen

in den Kram passen

in omloop zijn

gebruikt worden

im Umlauf sein, kursieren

in twijfel trekken

betwijfelen

bezweifeln

in vorm zijn

je taak goed uitvoeren

in guter Form/Verfassung sein

met de deur in huis vallen

meteen vertellen wat je wilt

mit der Tür ins Haus fallen

slagen in iets

iets met succes doen

Erfolg haben, erfolgreich sein mit

stikken in iets


in etwas ersticken

trek hebben in iets

iets willen eten of willen doen

Lust haben auf etwas

zwemmen in het geld

veel geld hebben

im Geld schwimmen

belang stellen in


Interesse für etwas zeigen

daar zit muziek in

dat is veelbelovend

das klingt vielversprechend

de baard in de keel krijgen

een lagere stem krijgen als een jongen ongeveer dertien jaar is

in den Stimmbruch kommen

een oogje in het zeil houden

opletten

aufpassen

het is me een doorn in het oog

ik vind het vervelend of lelijk

das ist mir ein Dorn im Auge

Hoge bomen vangen veel wind.

iemand die belangrijke beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek

Hohe Bäume fangen viel Wind ~ Menschen mit Verantwortung stehen schnell in der Kritiek

iemand in staat stellen

iemand de gelegenheid geven

jemanden in Lage versetzen, befähigen, ermöglichen

in aanraking komen met


mit etwas/jemand in Kontakt kommen

in de kiem smoren

al in het begin onderdrukken

etwas im Keim ersticken

in de put zitten

somber zijn

niedergeschlagen sein, einen moralischen haben

in één klap

ineens

mit einem Schlag, plötzlich

in het midden laten

geen mening uitspreken over

etwas dahingestellt sein lassen

in hetzelfde schuitje zitten

in dezelfde (niet zo positieve) situatie zitten

im gleichen Boot sitzen

in levenden lijve

in het echt

leibhaftig

in scène zetten


inszenieren

in stand houden

het bestaande handhaven

etwas instand halten

in trek zijn

populair zijn

begehrt / gefragt / beliebt sein

met lood in de schoenen

met tegenzin

mit Widerwillen

oog in oog staan met

geconfronteerd worden met

mit etwas konfrontiert werden

zich specialiseren in iets


sich auf etwas spezialisieren

dat kun je in je zak steken

die opmerking was raak

das hat gesessen, das kannst du dir hinter die Ohren schreiben, den Schuh kannst du dir anziehen

een gat in de lucht springen

heel blij zijn

vor Freude an die Decke, in die Höhe springen, vor Freude einen Luftsprung machen

ervaren zijn in iets


Erfahrung haben mit, darin erfahren sein

het zit in de familie

dat is een erfelijke eigenschap

es liegt in der Familie

iemand in de arm nemen

hulp of assistentie van iemand vragen

jemanden unterstützen

iets in kaart brengen

een overzicht maken

etwas kartieren, sich eine Übersicht über etwas verschaffen

in de maak zijn

gemaakt worden

in Herstellung begriffen, in der Mache sein

in de vingers hebben

beheersen; kunnen

etwas im kleinen Finger haben

in het wild leven

in de vrije natuur leven

in der freien Natur leben

in je maag zitten met iets

iets een probleem vinden

etwas liegt schwer auf dem Magen

in staat zijn tot iets


zu etwas imstand sein

in zijn schik zijn met

blij zijn met

mit etwas seine helle Freude haben

losbarsten in iets


in etwas ausbrechen

opgaan in iets


in etwas aufgehen

behagen scheppen in iets

iets heel prettig vinden

Gefallen finden an etwas

berusten in iets


sich fügen in, sich ergeben in, sich abfinden mit

dat heeft heel wat voeten in de aarde

dat is erg veel werk

das kostet viel Mühe, das ist kein Kinderspiel

de krenten in de pap

de leukste kanten van iets

die Rosinen im Kuchen

een schot in de roos

een succes

ein Schuss ins Schwarze

het zit in de lucht

alles wijst erop zonder dat je kunt benoemen wat

etwas liegt in der Luft

in de orde van grootte

ongeveer

in der Größenordnung von

in de piepzak zitten

je zorgen maken

Bammel haben vor

in één moeite door

zonder extra moeite

das geht in einem Aufwasch

in kannen en kruiken

geregeld

unter Dach und Fach

in verband staan met

samenhangen met

im Zusammenhang mit

leven in de brouwerij brengen

zorgen voor een levendige sfeer

Leben in die Bude bringen

alles in het werk stellen

alles doen wat mogelijk is

alles versuchen / daransetzen

gewicht in de schaal leggen

belangrijk zijn voor een beslissing

ins Gewicht fallen

het schip in gaan

nadeel ondervinden; (geld) verliezen

baden gehen

het zit er dik in

er is een grote kans op

es ist sehr wahrscheinlich

in aanmerking komen voor iets


in Betracht kommen für etwas

in de aap gelogeerd zijn

problemen krijgen

in Teufels Küche gekommen sein, in der Patsche sitzen

in de hand werken

de kans vergroten op

einer Sache Vorschub leisten

in de smaak vallen

leuk gevonden worden

Anklang finden, ansprechen, gefallen

in goede staat verkeren

niet kapot of oud zijn

sich in gutem Zustand befinden

in groten getale

met veel

in großer Zahl, haufenweise

in strijd met iets handelen


gegen etwas verstoßen

zich schikken in iets


sich setzen, platzieren,  hinpflanzen

zich verdiepen in iets


sich in etwas vertiefen

zonder er erg in te hebben

niet met opzet

nichtsahnend, unabsichtlich

ingaande 15 mei

per

mit Wirkung vom 15. Mai (an)

ingaande mei is hij ontslagen


zum ersten Mai ist er entlassen worden

ingevolge uw verzoek


Ihrer Bitte gemäß

inzake uw verdere opmerkingen, verwijzen wij u naar ...

betreffende, aangaande

was Ihre weiteren Bemerkungen betrifft, verweisen wir Sie an

vriendelijk jegens mensen zijn

tegenover

freundlich zu Menschen sei

krachtens zijn ambt

ingevolge

in Ausübung seines Amtes

krachtens een rechterlijk dwangbevel


kraft eines gerichtlichen Mahnbescheids

krachtens de wet


aufgrund des Gesetzes

langs de rivier wandelen

in de lengte van

am Fluss, den Fluss entlangspazieren

er staan bomen langs de weg


den Weg entlang, entlang dem Weg stehen Bäume

langs een omweg

via

auf einem Umweg

langs de brandladder vluchten


über die Feuerleiter fliehen

langs diplomatieke weg


auf diplomatischem Wege

daar kom je niet langs

voorbij

daran kommst du nicht vorbei, daran kommt man nicht vorbei

iets langs zich heen laten gaan


etwas an sich abgleiten lassen

iets niet langs zich heen laten gaan


sich etwas nicht bieten lassen

langs elkaar heen praten, leven


aneinander vorbeireden, nebeneinanderher leben

wil jij even langs de bakker rijden?

aan bij

würdest du mal (kurz) beim Bäcker vorbeifahren?

luidens de grondwet

volgens

laut Grundgesetz

tien min drie is zeven


zehn minus drei ist sieben

zeven minus drie is vier


sieben minus / weniger drei ist / macht vier

beginnen met iets


mit etwas anfangen

bekend zijn met iets

weten hoe iets functioneert of gedaan moet worden

etwas kennen

bevriend zijn met iemand


mit jemand befreundet sein

bezig zijn met


beschäftigt sein mit

blij zijn met


froh sein über

eindigen met iets


mit etwas enden

feliciteren met iets


zu etwas gratulieren

gaan met iemand

een liefdesrelatie hebben met iemand

mit jemandem gehen

gelukwensen met iets


zu etwas gratulieren

genoegen nemen met iets

accepteren

mit etwas zufrieden sein, sich mit etwas zufrieden geben

met je tijd meegaan

niet ouderwets worden

mit der Zeit gehen

met vallen en opstaan

door ervaring (dus ook door fouten te maken)

mehr schlecht als recht

vechten met iemand


mit jemandem kämpfen

zitten met iets

iets erg vinden

etwas ertragen

ervaring hebben met


Erfahrung mit etwas haben

iemand condoleren met

zeggen dat je met iemand meeleeft

jemanden kondolieren

iemand met de nek aankijken

iemand zonder respect behandelen

jemandem über die Schulter hinweg ansehen

kennismaken met


jemanden kennenlernen

medelijden hebben met iemand


Mitleid mit jemandem haben

meedoen met


mitmachen bei

met de deur in huis vallen

meteen vertellen wat je wilt

mit der Tür ins Haus fallen

met de gebakken peren zitten

achterblijven met de nare gevolgen

da haben wir die Bescherung

met de mond vol tanden staan

niets meer weten te zeggen

sprachlos sein

met je pet gooien naar iets

iets niet met volle inzet doen

pfuschen

met je verstand (niet) bij iets kunnen

iets (niet) kunnen begrijpen

etwas (nicht) begreifen

met man en macht

met iedereen en met volle inspanning

mit aller Macht

ophouden met iets


aufhören mit etwas

rekening houden met

in gedachten houden

mit etwas rechnen

stoppen met iets


aufhören mit etwas

trouwen met iemand


jemanden heiraten

afrekenen met iets

een einde maken aan iets

mit jemandem abrechnen

appels met peren vergelijken

ongelijke dingen met elkaar vergelijken

Äpfel mit Birnen vergleichen

bekronen met iets


belohnt werden

belasten met iets


jemanden mit etwas beauftragen

in aanraking komen met


in Berührung mit etwas kommen

met de hakken over de sloot

maar net

mit Mühe und Not

met gelijke munt terugbetalen

net zo reageren als de ander

mit gleicher Münze zurück bezahlen

met kromme tenen

terwijl je je plaatsvervangend schaamt

peinlich berührt

met lood in de schoenen

met tegenzin

mit Widerwillen

oog in oog staan met

geconfronteerd worden met

mit etwas konfrontiert werden

spijkers met koppen slaan

handelend en besluitvaardig optreden

Nägel mit Köpfen machen

zich bemoeien met


sich mit etwas/jemandem bemühen

akkoord gaan met


einverstanden sein mit

breken met iemand

de relatie met iemand verbreken

die Beziehung zu jemand beenden

daar kan ik met mijn pet niet bij

dat vind ik volkomen onbegrijpelijk

da bleibt einem der Verstand stehen

dwepen met


für jemand/etwas schwärmen

gepaard gaan met


verbunden sein mit

het staat of valt met iets

het succes is afhankelijk van iets

abhängig sein von etwas

in je maag zitten met iets

iets een probleem vinden

etwas liegt schwer auf dem Magen

in zijn schik zijn met

blij zijn met

mit etwas seine helle Freude haben

kampen met iets

het moeilijk hebben vanwege iets

zu kämpfen haben mit

met je neus kijken

niet goed zoeken

die Augen nicht aufmachen

met kop en schouders boven iemand uitsteken

veel beter zijn dan

jemandem haushoch überlegen sein

problemen hebben met


mit etwas/jemandem Probleme haben

in verband staan met

samenhangen met

zusammenhängen mit

lief en leed delen met iemand

alles met iemand meemaken

Freud und Leid teilen

spotten met iets


über etwas spotten

verband houden met


zusammenhängen mit

zich inlaten met


sich einlassen mit

een appeltje met iemand te schillen hebben

een conflict met iemand hebben dat nog niet is opgelost

ein Hühnchen mit jemand rupfen

iemand blij maken met een dode mus

iemand blij maken met iets waardeloos

jemandem falsche Hoffnungen machen, jemandem eine Mogelpackung verkaufen

in strijd met iets


entgegen

ingenomen zijn met


eingenommen/angetan von

met de hand over het hart strijken

een uitzondering maken

etwas durchgehen lassen, sich erweichen lassen

met je neus boven op iets zitten

in de positie zijn om iets heel goed te bekijken

gleich über etwas stolpern

moeite hebben met iets


Mühe mit etwas haben

raad weten met iets


etwas anzufangen wissen mit

zich onledig houden met iets


sich mit etwas beschäftigen / befassen

na verloop van tijd

na een poos(je)

nach einiger Zeit

bij lange na niet

helemaal niet

bei weitem nicht

(terug)verlangen naar


etwas (zurück)verlangen

informeren naar


sich nach etwas informieren

met je pet gooien naar iets

iets niet met volle inzet doen

pfuschen

nieuwsgierig zijn naar


neugierig sein auf

naar iets raden


etwas raten

ruiken naar iets


nach etwas riechen

smaken naar iets


nach etwas schmecken

solliciteren naar iets


sich bewerben um

staren naar


nach etwas/jemandem starren

begerig zijn naar iets

iets graag willen hebben

begierig auf etwas sein

iemand van het kastje naar de muur sturen

iemand steeds naar een andere persoon of instantie sturen

jemanden von Pontius zu Pilatus schicken

naar de bekende weg vragen

een vraag stellen waar je het antwoord al op weet

nach etwas fragen, was man schon weiß

vragen naar


fragen nach

alles is naar de bliksem

alles is verloren of kapot

alles ist zum Teufel, alles ist im Eimer

gluren naar


schielen nach

naar de maan

mislukt

es ist im Eimer, es ist futsch

naar wens


nach Wunsch

uitkijken naar


ausschauen nach

aarden naar iemand

lijken op iemand

sein/aussehen wie jemand

gissen naar iets


etwas nur raten

hunkeren naar iets


sich nach etwas sehnen

streven naar iets


nach etwas streben

wel oren hebben naar iets

iets een goed idee vinden

Lust haben zu etwas, begeistert sein von etwas

meedingen naar iets


sich um etwas bewerben

niet om over naar huis te schrijven

niet zo goed

das ist nicht berauschend

smachten naar iets


lechzen nach etwas

snakken naar iets


sich sehnen nach etwas

uithalen naar iemand

lelijke dingen zeggen tegen iemand; iemand aanvallen

gegen jemanden wettern

verwijzen naar


nach etwas/auf jemanden verweisen

al naargelang de leeftijd


je nach Alter

naargelang (van) de omstandigheden


je nachdem

ieder betaalt naargelang (van) zijn vermogen


jeder zahlt nach seinem Vermögen

men wordt betaald naargelang (van) zijn arbeid


man wird leistungsgemäß bezahlt, seiner Leistung entsprechend wird man bezahlt

iets naast je neerleggen

in iets berusten; er niets tegen doen

etwas nicht beachten

hij woont nabij de kerk


er wohnt nahe der Kirche

ik moet u ook namens mijn familie bedanken

in de naam, uit naam van

ich soll Ihnen auch namens meiner Familie danken

een contract tekenen namens een firma


im Auftrag einer Firma einen Vertrag unterzeichnen

mede namens mijn man


auch im Namen meines Mannes

namens mij


in meinem Namen

haar dochtertje dat nevens haar liep

naast

ihre Tochter, die neben ihr lief

wat hij zei was nevens de zaak

niet op het juiste punt

nicht zutreffend

dat schilderij is waardig nevens een Rembrandt te hangen

op dezelfde rang met iem.

Dieses Gemälde ist es würdig neben einem Rembrandt zu hängen.

niettegenstaande dat


trotzdem, dessen ungeachtet

niettegenstaande dat alles


trotz alledem

niettegenstaande (het feit) dat ...


trotz der Tatsache, dass ...

nadere berichten nopens de onlusten op Kreta zijn nog niet ontvangen

nadere berichten nopens de onlusten op Kreta zijn nog niet ontvangen

eingehendere Berichte bezüglich der Unruhen auf Kreta sind noch nicht eingegangen

denken om

rekening houden met iets

in Acht nehmen

gaan om iets

het belangrijkste zijn

von etwas handeln, um etwas drehen

het heeft niets om het lijf

het stelt niet veel voor

nicht weit her sein etwas

het is lood om oud ijzer

het maakt niet uit wat je kiest, want alle mogelijkheden zijn hetzelfde

das ist Jacke wie Hose, das ist gehupft wie gesprungen

huilen om iets


über eine Sache weinen

iemand om de hals vallen


emandem um den Hals fallen / fliegen

daar draai ik mijn hand niet voor om

dat doe ik met groot gemak

davor drücke ich mich nicht

lachen om


über etwas lachen

te mooi om waar te zijn

zo mooi dat je het bijna niet kunt geloven

zu schön um wahr zu sein

achter zijn rug om

zonder dat hij het weet; stiekem

heimlich, hinter seinem Rücken

bezorgd zijn om iemand


sich Sorgen um jemanden machen

er niet om liegen

heel hoog, duidelijk, enz. zijn, zodat vergissen uitgesloten is

sich unmissverständlich äußern

het liegt er niet om

dat is geen kleinigheid

das hat sich gewaschen, das ist kein Pappenstiel, das ist nicht ohne

vragen om iets

verzoeken

um etwas bitten

geven om


auf etwas geben

Beter mee verlegen dan om verlegen.

Je kunt beter te veel van iets hebben dan te weinig.

Lieber zu viel als zu wenig.

Boontje komt om zijn loontje.

het is terecht dat er iets vervelends met je is gebeurd

Das hast du davon/nicht anders verdient.

buiten iemand om

zonder dat die persoon er bij is of het weet

hinter jemandes Rücken

smeken om iets


um etwas flehen

te gek om los te lopen

absurd

das ist ja das Allerletzte, das ist (doch) bescheuert

treuren om iets


einer Sache nachtrauern

verzoeken om iets


um etwas bitten

zich bekommeren om iets


sich um etwas kümmern

draaien om


handeln von

niet om over naar huis te schrijven

niet zo goed

das ist nicht berauschend

iets om handen hebben


eine Beschäftigung haben

omstreeks de middag


um die Mittagszeit

omstreeks Pasen


um Ostern (herum)

het schip zal nu omstreeks IJsland zijn

nabij

das Schiff wird jetzt nahe bei, in der Nähe von Island sein

zij trouwden omtrent dezelfde tijd


sie heirateten um die gleiche Zeit (herum)

de geruchten omtrent die man

aangaande

die Gerüchte über diesen Mann

niet mededeelzaam zijn omtrent een zaak


in Bezug auf eine Angelegenheit, in einer Angelegenheit nicht mitteilsam sein

het schip was omtrent Texel

nabij

das Schiff war nahe bei Texel, in der Nähe von Texel

omwille van het gemak


der Bequemlichkeit halber

omwille van de kinderen blijven we thuis


um der Kinder willen bleiben wir daheim

ondanks alles

niettegenstaande

trotz allem

ondanks het verbod gingen zij uit


trotz des Verbots gingen sie aus

ondanks alle waardering voor zijn werk


bei aller Würdigung seiner Arbeit

ondanks zijn ouders ging hij emigreren

tegen de wil van

gegen den Willen seiner Eltern emigrierte er

iets onder de knie hebben

iets kunnen na te hebben geoefend

etwas im Griff haben

onder ogen zien

erkennen

ins Auge sehen

iemand onder de duim hebben

erin slagen de baas te zijn over iemand

jemanden unter der Fuchtel, unter dem Daumen halten, haben

iemand onder vier ogen spreken

iemand spreken terwijl er niemand anders bij is

jemanden unter vier Augen sprechen

onder woorden brengen

formuleren

formulieren

gebukt gaan onder iets


durch etwas bedrückt sein

iets niet onder stoelen of banken steken

iets duidelijk laten weten; niet verzwijgen

aus etwas keinen Hehl machen, mit etwas nicht hinter dem Berg halten

lijden onder iets


unter etwas leiden

onder de maat

beneden het gewenste niveau

den Anforderungen nicht gerecht werden

bezwijken onder iets

kapotgaan (door een gewicht of door druk)

unter etwas zusammenbrechen

het ligt onderin die kast


es liegt unten im Schrank

onderlangs de berg loopt een pad


unten am Berg entlang führt ein Pfad

ongeacht die belediging


ungeachtet der Beleidigung

ongeacht hoeveel het inkomen bedraagt


ungeachtet der Höhe des Einkommens

onverminderd de bepaling van artikel 637


wobei die Bestimmung des Paragraphen 637

unberührt bleibt

onverminderd zijn recht op ...


unbeschadet seines Rechts auf ...

iedereen, onverschillig wat zijn achtergronden zijn


jeder, egal, wie seine Herkunft auch sein mag, jeder, ungeachtet seiner Herkunft

alles op alles zetten

alles doen wat je kunt

alles daransetzen

antwoorden op iets


auf etwas antworten

boos zijn op iemand


böse auf jemanden sein

commentaar hebben op


etwas kommentieren

dan houdt alles op

dan is er geen mogelijkheid meer

dann eben nicht

dat geef ik je op een briefje

dat is zeker

das gebe ich dir schriftlich

de nadruk leggen op iets


betonen, hervorheben

de puntjes op de i zetten

iets nauwkeurig afmaken

das Tüpfelchen auf das i setzen

dol zijn op


verrückt sein nach

gek zijn op


verrückt sein nach

het slaat als een tang op een varken

dat past er niet bij

das passt wie die Faust aufs Auge

hopen op


hoffen auf

lijken op


ähneln, gleichen

op komst zijn

naderbij komen

etwas/jemand ist im Anzug, unterwegs

(de) klap op de vuurpijl

het laatste en mooiste

der Glanzpunkt, das Glanzstück

brood op de plank

geld om van te leven

ein gutes Auskommen haben

dat kun je op je vingers natellen

je kunt zelf ook wel bedenken dat dat gebeurt

das kannst du an allen 10 Fingern abzählen

de auto loopt één op tien, één op acht enz.

hij gebruikt een liter benzine om tien kilometer te rijden

das Auto verbraucht 10l auf 100km, 8l auf 100km

de spijker op zijn kop slaan

precies de opmerking maken waaruit blijkt dat je snapt hoe het zit

den Nagel auf den Kopf treffen

het komt op hetzelfde neer

dat is uiteindelijk hetzelfde

das ist dasselbe

het slaat nergens op

dat is onzin

das geht völlig daneben, das ist unter aller Kritik, das ist unter aller Kanone / Sau

iemand op kosten jagen

ervoor zorgen dat iemand veel geld moet uitgeven

jemanden in Unkosten stürzen

iets op je buik schrijven

iets moeten vergeten, omdat het niet gerealiseerd kan worden

etwas abschreiben

invloed hebben op


Einfluss auf etwas haben

je verstand op nul zetten

bewust niet nadenken

Handeln ohne zu denken

kans hebben op iets


eine Chance auf etwas haben

kritiek hebben op


Kritik üben an

mikken op


auf etwas zielen/anlegen

neerkomen op iets

uiteindelijk betekenen

auf etwas hinauslaufen

nijdig zijn op iemand


auf jemanden neidisch sein

op het randje

nét nog goed of acceptabel

hart an der Grenze

op heterdaad betrappen

zien dat iemand een misdaad pleegt

auf frischer Tat ertappen

passen op

zorgen dat er niets vervelends gebeurt met

aufpassen auf

recht hebben op iets


Recht auf etwas haben

rekenen op

verwachten; vertrouwen

rechnen mit, vertrauen auf

schelden op


schimpfen auf

schieten op


schießen auf

stemmen op


wählen

trots zijn op


stolz sein auf

verliefd zijn op iemand


verliebt in jemanden sein

aandringen op iets


auf etwas dringen/drängen

aanspraak maken op iets

zeggen dat je recht hebt op iets

Anspruch auf etwas erheben

afgeven op

kritiek hebben

hierziehen über

alert zijn op iets


bedacht sein auf

attent maken op iets


auf etwas achten

baseren op iets


von etwas ausgehen

bedacht zijn op iets

rekening houden met iets

auf etwas aus sein

berusten op iets


auf etwas beruhen

betrappen op iets

ontdekken dat iemand iets slechts doet

bei etwas erwischen

betrekking hebben op


Bezug haben zu

een voorsprong op


einen Vorsprung auf

het is hem op het lijf geschreven

hij is er goed in

das ist ihm auf den Leib geschrieben

het ligt me zwaar op de maag

daar zie ik erg tegen op

das liegt mir schwer auf dem Magen

het valt me koud op mijn dak

dat was een onaangename verrassing

es ist eine kalte Dusche für mich

iemand op de vingers tikken

kritiek hebben op iemand vanwege een fout

jemandem auf die Finger klopfen

iets op het oog hebben

iets willen hebben

den Blick auf etwas geworfen haben

komen op (een gedachte of idee)

zomaar bedenken

drauf kommen

op een houtje bijten

heel weinig te eten hebben

nichts zu beißen haben

op staande voet ontslaan

meteen uit een baan zetten

fristlos kündigen

op zijn kop staan

sterk ontregeld zijn

Kopf stehen

op zijn sloffen

met veel gemak

spielerisch

op prijs stellen

waarderen

würdigen

vertrouwen op


vertrauen auf

wachten op


warten auf

weer op de been zijn

beter zijn

wieder auf den Beinen sein

zich abonneren op iets


etwas abonnieren

zwart op wit

vastgelegd op papier

schwarz auf wei

bezuinigen op iets


auf etwas sparen

de kous op de kop krijgen

geen succes hebben in een situatie die makkelijk leek

sich eine Abfuhr holen

duiden op


hinweisen auf

een beroep doen op


jemanden/etwas in Anspruch nehmen

een overwinning behalen op iemand


ein Sieg über jemanden holen

gebrand zijn op iets


auf etwas brennen/heftig aus sein

gegrond zijn op iets


begründet sein durch

gemunt hebben op


münzen auf

gespitst zijn op iets


den Mund nach etwas spitzen

gesteld zijn op


veranschlagen (mit)/ansetzen (mit)

gokken op


spekulieren auf

happig zijn op iets


auf etwas erpicht sein

ingaan op iets


auf etwas eingehen

intekenen op iets


auf etwas einschreiben

kijk hebben op


einen Blick für etwas haben

niet op je mondje gevallen zijn

durven te zeggen wat je denkt

nicht auf den Mund gefallen sein

op de hoogte zijn van iets

iets weten

gut informiert sein

op rozen zitten

het financieel heel erg goed hebben

auf Rosen gebettet sein

op vrije voeten zijn

niet meer in de gevangenis zijn

auf freiem Fuß sein

slaan op


schlagen auf

van de hak op de tak springen

steeds snel van gespreksonderwerp veranderen

vom Hundertsten ins Tausendste kommen

aanmerken op


einwenden, anmerken

afgaan op

als uitgangspunt nemen

zugehen auf

azen op iets


lauern auf

beslag leggen op

innemen als straf

pfänden, beschlagnahmen

bogen op iets

trots zijn

sich rühmen, sich einbilden auf, sich brüsten

de aandacht vestigen op


einer Sache, jemandem Aufmerksamkeit / Beachtung schenken

de hand op de knip hebben

erg zuinig zijn

den Daumen auf dem Geld / Portmonee haben, auf den Geldbeutel halten

de keus valt op


die Entscheidung fällt auf

doelen op


zielen auf

een aanval doen op


ein Attentat verüben

een aanvulling op


eine Hinzufügung zu

een nieuw licht op iets werpen


ein Licht auf etwas werfen

geen hoge pet op hebben van

niet onder de indruk zijn van iemand of iets

keine hohe Meinung von jemandem haben

iemand op zijn woord geloven

geloven wat iemand zegt

jemandem aufs Wort glauben

op mijn zenuwen werken


mich nerven

op slot zijn


verschlossen

trakteren op iets


einladen

verzot zijn op iets


auf etwas versessen sein

wijzen op


hinweisen auf

zich beroemen op iets


sich mit etwas brüsten, rühmen

zich gooien op iets


?sich auf etwas stürzen?

zich instellen op iets


sich auf etwas einstellen

zich storten op iets


sich auf etwas stürzen

zich verheugen op iets


sich auf etwas freuen

zich voorbereiden op iets


sich auf etwas vorbereiten

een oogje op iemand hebben

iemand erg leuk vinden

ein Auge auf jemanden werfen

een pleister op de wonde

een troost

ein Pflaster auflegen, ein Trostpflaster geben

een schaduw werpen op iets

een gebeurtenis minder leuk maken

einen Schatten auf etwas werfen

het scheelt een slok op een borrel

dat is veel voordeliger of prettiger

das macht einiges aus

iemand aankijken op iets

iemand iets verwijten

jemanden für schuldig halten

Kop op!

Houd moed!

Kopf hoch!

lik op stuk geven

meteen reageren op een vervelende uitspraak of daad

zurückschlagen

met je neus boven op iets zitten

in de positie zijn om iets heel goed te bekijken

~ gleich über etwas stolpern

op de loer liggen

wachten op een kans

auf der Lauer liegen

prat gaan op iets


auf etwas stolz sein

staan op iets


?bevorstehen?

toezien op iets


auf etwas achten

uitkijken op iets


auf/zu etwas hinsehen

uitlopen op iets


auf etwas hinauslaufen

verdacht zijn op iets


gefasst sein auf

verkikkerd zijn op iemand


in jemanden vernarrt / verschossen / verknallt sein

zich toeleggen op iets


sich auf etwas spezialisieren/verlegen

zich verkijken op iets


etwas falsch einschätzen

het zijn twee handen op één buik


sie sind ein Herz und eine Seele

de hand op iets leggen


seine Hand auf etwas legen

iemand de hand op de mond leggen


jemandem den Mund verbieten

met de hand op het hart iets verklaren


etwas hoch und heilig erklären

iemand op handen dragen


jemanden auf Händen tragen

geld op de hand krijgen


Geld auf die Hand bekommen

iemand op de handen kijken


jemandem auf die Finger sehen

de handen op elkaar krijgen


Beifall ernten, Begeisterung wecken

hij is op haar hand


er ist auf ihrer Seite

zwaar op de hand zijn


alles schwer nehmen, schwermütig sein

alsof er een engeltje over mijn tong piest

het smaakt heerlijk

es schmeckt herrlich

bij iemand over de vloer komen

iemand regelmatig bezoeken

jemanden regelmäßig besuchen

boos zijn over iets


über etwas böse sein

de baas spelen over


sich als Boss aufspielen

doen over iets

tijd gebruiken om iets te doen

(Zeit) brauchen

dromen over


träumen über

gaan over

als onderwerp hebben

gehen um, handeln von

nadenken over


nachdenken über

beschikken over

hebben

besitzen

nijdig zijn over iets


über etwas neidisch sein

ongerust zijn over


beunruhigt über etwas sein

over koetjes en kalfjes praten

over onbelangrijke zaken praten

über dies und das reden

te wensen over laten

niet goed genoeg zijn

zu wünschen übrig lassen

tevreden zijn over


zufrieden sein mit

bezorgd zijn over iets


über etwas besorgt sein

ergens een nachtje over slapen

ergens nog even over nadenken

noch eine Nacht über eine Sache schlafen

het hebben over

praten over

reden über

met de hakken over de sloot

maar net

mit Mühe und Not

teleurgesteld zijn over


enttäuscht sein über

vel over been

heel mager

rappeldürr

zich zorgen maken over


sich Sorgen machen über

Als er één schaap over de dam is, volgen er meer.

een voorbeeld wordt nagevolgd

ein Schaf folgt dem andern

geïnformeerd zijn over


informiert sein über

geld over de balk gooien

veel geld uitgeven aan nutteloze zaken

das Geld zum Fenster hinauswerfen

het eens zijn over iets


über etwas einig sein

iets over hebben voor iets

iets wel ergens aan willen besteden

für etwas etwas übrig haben

over de kop slaan

een (halve) salto maken

sich überschlagen

het loopt over veel schijven

daar moeten veel verschillende mensen over beslissen

das wird bürokratisch abgewickelt

je over iets heen zetten

geen groot probleem maken van iets

sich über etwas hinwegsetzen

met de hand over het hart strijken

een uitzondering maken

etwas durchgehen lassen, sich erweichen lassen

niet om over naar huis te schrijven

niet zo goed

das ist nicht berauschend

over en weer

van twee kanten

wechselseitig, gegenseitig

te spreken zijn over

goed vinden

auf jemanden, etwas nicht gut zu sprechen sein

zich druk maken over iets


sich über etwas aufregen

zich ontfermen over iemand


sich jemands erbarmen / annehmen

overeenkomstig de behoefte


bedarfsgerecht

niet overeenkomstig de voorschriften


nicht den Vorschriften gemäß, nicht vorschriftsmäßig

overeenkomstig het programma


programmgemäß

overeenkomstig de werkelijkheid


der Wirklichkeit entsprechend, wirklichkeitsgetreu

overeenkomstig met de wet


nach dem Gesetz

per ongeluk

zonder het te willen

unglücklicherweise

per adres


(wohnhaft) bei

tweemaal per week


zweimal pro Woche

per brief


brieflich/schriftlich

per cheque betalen


mit Scheck bezahlen

twee plus drie is vijf


zwei plus drei macht / gibt fünf

60 euro plus btw


60 Euro plus MwSt.

plus onkosten


plus Unkosten

pro of contra iem. of iets zijn


für oder gegen jemanden/etwas sein

qua aantal


zahlenmäßig

qua beroep


beruflich

qua betekenis verwant


sinnverwandt

qua inhoud


vom Inhalt her, inhaltlich

qua uiterlijk


im Aussehen

qua vorm


der Form nach

qua smaak


geschmacklich

een qua karakter moeilijk mens


ein charakterlich schwieriger Mensch

qua medewerking hebben we niets te klagen


was die Mitarbeit betrifft, können wir nicht klagen

qua prestaties bij iemand achterblijven


jemandem in seinen Leistungen nachhinken

qua prijs vind ik het wel redelijk


vom Preis her, preislich finde ich es angemessen

qua type op elkaar lijken


sich vom Typ her ähnlich sein

rond vier uur of daaromtrent


ungefähr um vier Uhr

rond de eeuwwisseling


um die Jahrhundertwende (herum)

er hangt een waas van geheimzinnigheid rond die zaak


die Angelegenheit ist ziemlich mysteriös / rätselhaft

het hele jaar rond


das ganze Jahr hindurch

rond de pot draaien


um den (heißen) Brei herumreden

ze stonden allemaal rond de auto


sie standen alle um das Auto herum

er rond voor uitkomen dat ...


offen eingestehen / gestehen, dass ...

rond de vijftig zijn


um die fünfzig sein

de grachten rondom de stad

om (iets) heen

die Grachten rund um die Stadt

rondom Rotterdam is veel industrie

in de omgeving van

um Rotterdam (herum) gibt es viel Industrie

sedert kort


seit kurzem

sedert drie uren zijn wij op zee


seit drei Stunden befinden wir uns auf See

ons bedrijf bestaat sinds 1910


unser Haus besteht seit 1910

sinds dat


seit(dem)

een sinds lang gevestigd gebruik


ein alter Brauch

sinds jaar en dag


seit Jahr und Tag

de (één) miljoenste klant sinds de opening


der (ein)millionste Kunde seit der Eröffnung

sinds de oorlog is hij spoorloos verdwenen


seit dem Krieg ist er verschollen

sinds ik bijna nooit meer auto rijd, ben ik het helemaal verleerd


seitdem mir die Fahrpraxis fehlt, bin ich ganz aus der Übung

gekommen

hij wordt sinds de oorlog vermist


er ist im Krieg verschollen

een voorwaarde sine qua non


eine Conditio sine qua non, unabdingbar

staande de vergadering


während der Versammlung

sub artikel 2b


unter Artikel 2b

sub voce


unter dem Stichwort, unter dem Thema

iets te berde brengen


etwas zur Sprache bringen, etwas aufs Tapet bringen

het schoot me weer te binnen


es fiel mir wieder ein

te gronde richten


zugrunde richten

te lijf gaan


zu Leibe rücken

te paard stijgen


aufs Pferd steigen

te water raken


ins Wasser fallen

te beurt vallen


zuteil werden

te huur, te koop


zu vermieten, zu verkaufen

te kust en te keur


in Hülle und Fülle, in reich(st)er Auswahl

te zijner tijd


zu seiner / gegebener Zeit

hij staat af te wassen


er ist beim Spülen, er spült

iets staat te gebeuren


etwas steht bevor

er leek geen eind aan te komen


es schien kein Ende nehmen zu wollen

het valt te vrezen


es steht zu befürchten

hij loopt te zeuren


er meckert herum

te pakken krijgen


zu fassen bekommen

er is niets mee te beginnen


damit lässt sich nichts anfangen

zo te zien


anscheinend

daar is geen kruid tegen gewassen

daar is niets tegen te doen

dagegen ist kein Kraut gewachsen

praten tegen iemand


mit jemandem sprechen

oom tegen iemand zeggen


jemands Neffe / Nichte sein

helpen tegen (een ziekte)


gut für eine Erkrankung sein

vechten tegen


jemanden bekämpfen

beveiligen tegen


beschützen gegen

bestand zijn tegen iets

sterk genoeg zijn om iets te kunnen verdragen

beständig, widerstandsfähig

opgewassen zijn tegen


jemandem, einer Sache gewachsen sein

opkijken tegen iemand


zu jemandem aufschauen

opzien tegen iets


mit Befürchtung / Schrecken entgegensehen

tegen het zere been

pijnlijk voor degene om wie het gaat

ein Tritt vors Schienbein, einen wunden Punkt treffen

actie voeren tegen iets

er iets tegen ondernemen

eine Aktion (gegen etwas) unternehmen

opwegen tegen iets


gegenseitig ausgleichen

tegen de lamp lopen

betrapt worden

erwischt werden

tegen iets kunnen


etwas vertragen/abhaben können

tegenover de kerk wonen


gegenüber der Kirche, der Kirche gegenüber wohnen

tegenover iemand gaan zitten


sich jemandem gegenübersetzen

je zult merken wie je tegenover je hebt


du wirst schon merken, mit wem du es zu tun hast

hier moet ik tegenover stellen dat ...


dem muss ich gegenüberstellen, dass ...

tegenover mij is hij altijd beleefd


zu mir, mir gegenüber ist er immer höflich

hoe sta je tegenover die kwestie?


wie stehst du dieser Sache gegenüber?, wie stehst du zu dieser Sache?

scherp, fel tegenover elkaar staan


sich unversöhnlich gegenüberstehen

zij staan lijnrecht tegenover elkaar (in hun mening)


sie stehen einander diametral gegenüber (in ihren Meinungen)

de loyaliteit tegenover de staat


die Loyalität zum Staat, dem Staat gegenüber

zijn houding tegenover zijn studie


seine Einstellung zum Studium, dem Studium gegenüber

staat er nog iets tegenover?


bringt das etwas ein?

ten behoeve van


zugunsten, zwecks

heden ten dage


heutzutage

ten hemel


gen Himmel, himmelwärts

ten huize van


im Hause von

ten koste van


auf Kosten (von)

ten onrechte


zu Unrecht, fälschlich

ten westen van


westlich von, westlich

ten eerste, ten tweede


erstens, zweitens, einmal, zum anderen

ten hoogste


höchstens, allenfalls

ten laatste


zuletzt

de ogen ter aarde slaan


die Augen zu Boden schlagen

ter attentie van


zu Händen von, zu Händen

ter hoogte van


in Höhe von

ter plaatse


an Ort und Stelle

ter waarde van


im Wert von

overal ter wereld


überall in der Welt

ter zake


zur Sache

tijdens zijn leven


zu seinen Lebzeiten, während seines Lebens

tijdens Napoleon


zur Zeit Napoleons

tot aan de knieën


bis an die Knie

de trein rijdt tot Amsterdam


der Zug fährt bis (nach) Amsterdam

tot bovenaan toe


bis oben (hin)

tot hier toe


bis hierher

het zit me tot hier


ich habe es satt, ich habe die Nase voll

tot in de dood


bis in den Tod

tot op de dag van vandaag


bis auf den, bis zum heutigen Tag

tot op de cent


auf den Pfennig genau

tot op korte afstand


bis in kurzer Entfernung

deze aanbieding is geldig tot en met aanstaande donderdag


dieses Angebot gilt bis zum nächsten Donnerstag einschließlich

zich aangetrokken voelen tot


sich hingezogen fühlen zu

tot andere gedachten brengen


auf andere Gedanken bringen

kopers tot zich trekken


Käufer anziehen / anlocken

tot mijn verwondering


zu meinem Erstaunen

tot gevolg hebben


zur Folge haben

middelen tot herstel


Mittel zur Genesung / Gesundung

de poging tot doodslag


der Tötungsversuch

iemand aannemen, aanstellen tot


jemanden einstellen als

tot antwoord geven


antworten, entgegnen

tot armoede vervallen


in Armut verfallen / geraten

tot eer strekken


zur Ehre gereichen

tot functie hebben


als Funktion haben

iemand opleiden, verkiezen tot


jemanden ausbilden, wählen zu

tot elke prijs


um jeden Preis

een opruiming tot sterk verminderde prijzen


ein Schlussverkauf zu stark herabgesetzten Preisen

wacht tot ik je roep


warte, bis ich dich rufe

trots alle goede voornemens


allen guten Vorhaben zum Trotz

het houdt het midden tussen ... en...

dat lijkt op ... en op ...

das hält sich die Waage zwischen ... und &

tussen de middag

de periode tussen de ochtend en de middag (ongeveer 12.00-14.00 uur)

unter Mittag

tussen de bedrijven door

even snel te midden van andere activiteiten

unterdessen, zwischendurch

er lelijk tussen zitten


in der Tinte / Patsche / Klemme sitzen

er niet van tussen kunnen


nicht umhinkönnen

iemand er (mooi) tussen nemen


jemanden hereinfallen lassen, jemanden auf den Arm nehmen

als er maar niets tussen komt


wenn bloß nichts dazwischenkommt

ik kon er bij haar geen woord tussen krijgen


sie ließ mich gar nicht zu Worte kommen

zijn vinger tussen de deur klemmen


seinen Finger zwischen die Tür klemmen

tussen twee vuren zitten


zwischen Baum und Borke sitzen, zwischen zwei Stühlen sitzen

tussen waken en dromen


im Halbschlaf, zwischen Wachen und Träumen

dat zit wel goed tussen die twee


das klappt schon zwischen den beiden

afleiden uit iets

concluderen uit iets

aus etwas ableiten

bestaan uit iets

samengesteld zijn uit iets

aus etwas bestehen

concluderen uit iets


aus etwas den Rückschluss ziehen

oude koeien uit de sloot halen

praten over gebeurtenissen van lang geleden

alte Geschichten aufwärmen

dag in, dag uit

elke dag opnieuw

tagein, tagaus

de handen uit de mouwen steken

ijverig aan het werk gaan

die Ärmel hochkrempeln

de kat uit de boom kijken

de situatie rustig aanzien voordat je actief wordt

abwarten wie der Hase läuft

ontstaan uit iets


sich aus etwas entwickeln

uit de hoogte doen

arrogant

arrogant auftreten, von oben herab

uit de lucht gegrepen

nergens op gebaseerd

aus der Luft gegriffen

uit je duim zuigen

verzinnen

aus den Fingern gesaugt, erfunden

uit naam van


im Namen von, namens

daar kan ik niet mee uit de voeten

dat begrijp ik niet; dat kan ik niet hanteren


redden uit iets


etwas erretten

uit de tijd

verouderd

aus der Mode, aus der Zeit

als paddestoelen uit de grond schieten

plotseling overal ontstaan

wie Pilze aus dem Boden schießen

de kinderen zijn de deur uit

de kinderen wonen niet meer bij de ouders

die Kinder sind aus dem Haus

de kosten rijzen de pan uit

het wordt meer dan verwacht

die Kosten sind außer Kontrolle geraten, in die Höhe geschossen

je haalt me de woorden uit de mond

je zegt precies wat ik ook vind

du nimmst mir das Wort aus dem Mund

munt slaan uit iets

ergens geld aan verdienen

Profit aus etwas schlagen

nu komt de aap uit de mouw

nu wordt alles duidelijk

die Katze aus dem Sack lassen

uit de hand lopen

niet meer beheersbaar zijn

aus dem Ruder laufen

uit de losse pols

zonder voorbereiding en met groot gemak

aus dem Handgelenk

uit het leven gegrepen

herkenbaar voor iedereen

aus dem Leben gegriffen, wie das Leben so schrieb

voortkomen uit iets


entstammen aus

een rib uit mijn lijf

een grote financiële uitgave

ein Loch in den Beutel reißen

opmaken uit iets


entnehmen, schließen, schlussfolgern

voortvloeien uit iets


hervorgehen aus

ieder deed zijn best, uitgenomen hij

behalve

jeder tat sein Bestes, außer ihm

ik gaf ieder wat, hem uitgenomen


ich gab jedem etwas, außer ihm

het was prachtig weer, uitgenomen dat het ‘s middags even regende


das Wetter war toll, außer dass es mittags kurz regnete

uitgezonderd zijn neus lijkt hij sprekend zijn vader

op .. na

bis auf seine Nase ist er dem Vater wie aus dem Gesicht geschnitten

bevallen van (een kind)

ter wereld brengen

ein Kind zur Welt bringen, niederkommen

bevrijden van


befreien, erlösen

daar had hij niet van terug

hij wist niet hoe hij daarop moest reageren

darauf wusste er keine Antwort

daar heb ik geen kaas van gegeten

daar heb ik geen verstand van

davon habe ich keinen blassen Dunst

een verkeerde voorstelling van zaken

geen juiste beschrijving

eine falsche Vorstellung von etwas haben

gebruikmaken van


Gebrauch machen von, benutzen

genieten van


etwas genießen

het komt er niet van

daarvoor ontbreekt de tijd of de energie


houden van


lieben, mögen

niet van toepassing

niet belangrijk voor deze situatie

nicht zutreffend

nooit van mijn leven

zeker niet

niemals!

stijf staan van iets

vol zitten met

strotzen vor

ver van mijn bed

ver buiten mijn aandachtsgebied

damit habe ich nichts zu tun, das berührt mich nicht

veranderen van


wechseln, ändern

afstand doen van iets

niet meer in bezit willen hebben

abdanken, entsagen, zurücktreten, verzichten

als de dag van gisteren

alsof het kortgeleden is

als ob es gestern war

bol staan van de fouten

vol met fouten zitten

von Fehlern nur so wimmeln

de gang van zaken

de manier waarop dingen gebeuren

der Gang der Dinge

een pak van mijn hart

iets waar ik heel erg blij mee ben

ein Stein fällt von meinem Herzen

geen geheim van iets maken

iets niet verzwijgen

kein Geheimnis aus etwas machen

iets van de daken schreeuwen

iets enthousiast aan iedereen vertellen

etwas glücklich weitererzählen

in de loop van de dag

naarmate de dag verder verstrijkt

im Laufe des Tages

in het bezit zijn van iets

hebben

etwas besitzen

losstaan van

geen verband hebben met

losgelöst bestehen

na verloop van tijd

na een poos(je)

nach einer Weile

scheiden van


sich trennen von

schrikken van


sich vor etwas erschrecken

ten aanzien van

met betrekking tot; over

in Bezug auf, hinsichtlich

verdenken van iets


verdächtigen

verstand hebben van iets


Ahnung haben von

aan het hoofd van de tafel

aan een van de korte kanten van de tafel

am Kopfende des Tisches

afhelpen van iets


von etwas befreien

afkerig zijn van

niet leuk vinden

eine Abneigung gegen etwas/jemanden haben

afstammen van iemand

een nakomeling van iemand zijn

abstammen von

afstappen van iets

een eerder idee loslaten

zurücktreten von etwas

beschuldigen van iets


jemanden etwas beschuldigen

bewust zijn van iets


sich etwas bewusst sein

bezeten zijn van

zo dol zijn op iemand of iets dat het bijna niet meer normaal is

besessen von etwas/jemanden sein

de kunst van iemand afkijken

iets leren door te kijken hoe een ander het doet

jemandem eine Fertigkeit absehen

de mond vol hebben van

de hele tijd over iets of iemand praten

viel über, von etwas sprechen / reden, nicht aufhören, von etwas zu reden

een potje maken van iets

ergens een rommeltje van maken

schlampen, schludern

het er goed van afbrengen

iets tot een goed resultaat brengen

es zu einem guten Ende bringen

het gesprek van de dag


das Gespräch des Tages

iemand van het kastje naar de muur sturen

iemand steeds naar een andere persoon of instantie sturen

jemanden von Pontius zu Pilatus schicken

niet vies zijn van iets

houden van iets

etwas nicht verachten

spijt hebben van iets


etwas bereuen / bedauern

tot overmaat van ramp

bovendien

zu allem Überfluss

uit naam van


im Namen von, namens

van alles en nog wat

dingen van allerlei soort

alles Mögliche

van later zorg

nu nog niet belangrijk, maar in de nabije toekomst wel

etwas für später

winnen van


etwas/jemandem voraus sein

(niet) wakker liggen van iets

iets (g)een groot probleem vinden

(keine) schlaflosen Nächte von etwas bekommen

branden van ongeduld

heel ongeduldig zijn

brennen von Ungeduld

de druk is van de ketel

de grootste spanning is voorbij

der Dampf ist abgelassen

doordrongen zijn van iets

goed beseffen

von etwas durchdrungen sein

een afkeer hebben van


gegen etwas/jemanden eine Abneigung haben

geen manier van doen

niet zoals het hoort; onfatsoenlijk

das gehört sich nicht, das ist doch keine Art

het krioelt van

er zijn er veel

wimmeln von, voll sein voll

je de kaas niet van het brood laten eten

goed voor je eigen zaken zorgen

sich die Butter nicht vom Brot nehmen lassen

niet gediend zijn van iets


nicht nützlich sein

nog verder van huis zijn

nog verder van de oplossing verwijderd zijn dan eerst

noch weit vom Ziel entfernt sein

ontslaan van iets


entbinden

op de hoogte zijn van iets

iets weten

gut informiert sein

overtuigen van iets


von etwas überzeugen

redden van iets


jemanden vor etwas retten

van de hak op de tak springen

steeds snel van gespreksonderwerp veranderen

vom Hundertsten ins Tausendste kommen

van meet af aan

vanaf het begin

von Anfang an

verstand van zaken

kennis op een bepaald gebied

sachverständig sein

walgen van


sich vor jemandem, etwas ekeln

aan de rand van de afgrond staan

in een kritieke situatie verkeren

am Rande des Abgrunds

bij wijze van spreken

op een andere manier gezegd

sozusagen

dat heeft hij niet van een vreemde

dat zit in de familie

das sitzt in der Familie

geen hoge pet op hebben van

niet onder de indruk zijn van iemand of iets

keine hohe Meinung von jemandem haben

het abonnement loopt van ... tot ...


das Abonnement läuft von .. bis ..

in de orde van grootte

ongeveer

in der Größenordnung von

niet van de lucht zijn

steeds in grote hoeveelheid aanwezig zijn

kein Ende nehmen

stikken van iets

vol zijn met

fast ersticken vor etwas

uitgaan van iets


von etwas ausgehen

van de gelegenheid gebruikmaken


die Gelegenheit nutzen

van de hand wijzen

afwijzen

von der Hand weisen

van een mug een olifant maken

een groot probleem maken van iets kleins

aus einer Fliege einen Elefanten machen

van tafel gaan


von Tisch gehen

versteld staan van


über etwas verblüfft sein

zich bedienen van iets


sich etwas bedienen

zich onthouden van iets


sich etwas enthalten

aan de orde van de dag zijn

vaak voorkomen

an der Tagesordnung sein

betichten van iets

beschuldigen van iets

bezichtigen

deel uitmaken van iets

onderdeel zijn van iets

gehören zu

gemak hebben van iets



het topje van de ijsberg

een klein onderdeel van een veel groter geheel

die Spitze des Eisbergs

het wemelt van iets


wimmeln von etwas

staan te kijken van


über etwas staunen, baff / platt sein, von den Socken sein

ten koste van


auf Kosten von

van jongs af aan

vanaf de jeugd

von Kindheit an

veel weg hebben van

sterk lijken op

etwashaben von/Ähnlichkeit haben mit

verdacht worden van iets


unter Vedacht stehen

verre van

helemaal niet

alles andere als

voorzien van iets


ausgestattet, versehen mit

vrijspreken van iets


jemanden von etwas freisprechen

vrijstellen van iets


jemanden von etwas befreien

wars zijn van iets

niets met iets te maken willen hebben

abgeneigt, abhold sein

vanaf hier


ab hier

vanaf heden


ab heute, von heute an

vanaf het jaar 1900 tot aan zijn dood


ab (dem Jahr) 1900 bis zu seinem Tod

vanaf 1 januari


ab (dem) 1. Januar, vom 1. Januar an

de kust vanaf Duinkerken tot aan de Wezer


die Küste von Dünkirchen an bis zur Weser

vanop (een) afstand


aus einiger Entfernung

vanuit de hele wereld


aus aller Welt

ik keek vanuit mijn venster naar beneden


von meinem Fenster aus, aus meinem Fenster sah ich nach unten

vanuit het zuiden


von Süden her

vanwege de feestelijke gelegenheid


aus festlichem Anlass

vanwege de hoge prijzen


wegen der hohen Preise

vanwege de staat


vonseiten des Staates, seitens des Staates

de film Kramer versus Kramer


der Film Kramer gegen Kramer

de smetstof komt via de mond en de neus in het lichaam


der Ansteckungsstoff gelangt über Mund und Nase in den Körper

het vliegtuig naar Indonesië gaat via Rome


das Flugzeug nach Indonesien fliegt via / über Rom

ik hoorde via mijn zuster, dat ...


ich hörte über meine Schwester, dass ...

via via


auf Umwegen

volgens afspraak


wie verabredet

volgens artikel zoveel


gemäß / laut Artikel soundso, gemäß Paragraph ...

volgens de laatste berichten


den letzten Nachrichten zufolge

volgens het boekje


nach Vorschrift

volgens uw brief


laut Ihres Briefes, Ihrem Brief zufolge, nach Ihrem Brief

volgens contract


vertragsgemäß

volgens hem


nach ihm, ihm zufolge

volgens mijn mening


nach meiner Meinung / Ansicht, meiner Meinung / Ansicht nach

volgens de politie


nach Aussage der Polizei

volgens bijgesloten rekeningen


laut beiliegender Rechnungen

volgens de statuten


satzungsgemäß

volgens uw wens


Ihrem Wunsch gemäß / entsprechend

bang zijn voor


Angst haben vor

bestemd zijn voor

bedoeld voor

bestimmt sein für

geschikt zijn voor iets


für etwas geeignet sein

iemand voor de gek houden

een grap uithalen met iemand

hereinlegen, zum Besten haben

daar heeft zij haar mensen voor

mensen kennen die iets voor haar kunnen doen

dafür hat sie ihre Leute

stuk voor stuk

alle exemplaren achter elkaar

nacheinander

voor de hand liggen

logisch of vanzelfsprekend zijn

nahe liegen

daar draai ik mijn hand niet voor om

dat doe ik met groot gemak

davor drücke ich mich nicht

iemand voor het blok zetten

iemand dwingen om een beslissing te nemen

emandem die Pistole auf die Brust setzen

voor het blok komen te zitten


vor vollendete Tatsachen gestellt werden

interesse hebben voor


Interesse haben für

niet voor de poes

niet makkelijk

nicht von Pappe sein, kein Pappenstiel sein

onderdoen voor

minder zijn dan

unterlegen sein

slagen voor (een examen)

(een examen) met goed resultaat doen

(eine Prüfung) bestehen

spekje voor mijn bekje

precies waar ik van houd

ein gefundenes Fressen

uitkijken voor

goed opletten vanwege

aufpassen

verantwoordelijk zijn voor


für etwas/jemanden verantwortlich sein

verantwoordelijkheid dragen voor


Verantwortung tragen für

voor een appel en een ei

voor heel weinig geld

für einen Apfel und ein Ei

voor eigen rekening

zelf te betalen

auf eigene Rechnung

voor elk wat wils

voor iedereen iets dat hij/zij leuk vindt

für jeden etwas

zorgen voor


sorgen für

aansprakelijk zijn voor

verantwoordelijk zijn voor

verantwortlich sein für

allergisch zijn voor


allergisch sein gegen

belangstelling hebben voor


Interesse haben an

bevreesd zijn voor


sich vor etwas/jemandem fürchten

daar heb ik zo mijn redenen voor

ik leg niet uit waarom ik dat (niet) doe

dafür habe ich meine Gründe

het gras voor iemands voeten wegmaaien

iets doen wat iemand anders wil doen

jemandem das Wasser abgraben, jemandem zuvorkommen

je petje voor iemand afnemen

veel respect voor iemand hebben

den Hut vor jemandem ziehen

voor lief nemen

accepteren

vorlieb nehmen

zich schamen voor iets


sich für etwas schämen

daar is veel voor te zeggen

het is wel een goed idee

das hat viel für sich, dafür spricht vieles

een stokje voor iets steken

voorkomen dat iets gebeurt

einer Sache einen Riegel vorschieben

eieren voor je geld kiezen

de beste keuze maken gezien de omstandigheden

klein beigeben, einen Rückzieher machen, auf Nummer Sicher gehen

het is net iets voor iemand

het is geschikt of leuk voor iemand

das ist gerade, genau das Richtige für jemanden

iets over hebben voor iets

iets wel ergens aan willen besteden

etwas übrig haben für, geben für

iets voor je rekening nemen

iets doen omdat je je er verantwoordelijk voor voelt

etwas auf deine Kappe nehmen

iets voor ogen houden

aan iets blijven denken

sich etwas vor Augen halten

immuun zijn voor iets


immun sein gegen etwas

instaan voor


einstehen für

opkomen voor


aufkommen für

voor de grap


zum Spaß

voor je neus

heel dichtbij

vor deiner Nase

waarschuwen voor


warnen vor

als de dood zijn voor

heel bang zijn voor

eine Todesangst haben

beducht zijn voor

bang zijn voor

etwas/jemanden fürchten

bezwijken voor

toch toegeven aan

etwas erliegen, schwach werden

het stelt niets voor

dat is niet moeilijk, niet interessant enz.

das stellt nichts vor

het voor het zeggen hebben

de baas zijn

das Sagen haben, den Ton angeben

vatbaar zijn voor iets


empfänglich sein für

voor aap staan

het gevoel hebben dat je belachelijk bent

der Dumme sein, das Nachsehen haben, eine lächerliche Figur abgeben

voor zich spreken

vanzelfsprekend zijn; geen uitleg nodig hebben

für sich (selbst) sprechen, überzeugen

voorkeur hebben voor


einer Sache den Vorzug einräumen, etwas sichtlich bevorzugen

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.

Als je arm bent geboren, zul je nooit hogerop komen.

Arm geboren, bleibt arm

een doekje voor het bloeden

iets om iemands leed minder erg te maken

ein schwacher Trost, ein Trostpflaster

iemand knollen voor citroenen verkopen

iemand slechte producten verkopen voor veel geld

jemandem ein X für ein U vormachen

in aanmerking komen voor iets


in Betracht, Frage kommen

oog hebben voor iets


ein Auge für etwas haben

voor de bijl gaan

toch bezwijken

kapitulieren müssen, in die Knie gehen

voor de deur staan

binnenkort iets kunnen bereiken

bevorstehen

voor geen prijs


um keinen Preis

zich hoeden voor

oppassen voor

sich hüten vor

zwichten voor


vor etwas/jemandem weichen

hij ging voorbij het huis


er ging an dem Haus vorbei / vorüber

even voorbij het kruispunt


kurz hinter der Kreuzung

hij woont nog voorbij het stadhuis


er wohnt noch am Rathaus vorbei

wegens omstandigheden


umständehalber, wegen der Umstände, der Umstände wegen

wegens dit verzuim heb ik mij te verontschuldigen


wegen dieses Versäumnisses habe ich mich zu entschuldigen

wegens ziekte gesloten


wegen Krankheit geschlossen

tegen iem. wegens een zaak aangifte doen


gegen jmdn. wegen einer Sache Anzeige erstatten

zonder er erg in te hebben

niet met opzet

nicht mit Absicht

zonder aanleiding


ohne Anlass

dat is niet zonder gevaar


das ist nicht ungefährlich, das ist nicht so ohne

zonder pardon


ohne Pardon

dat is zonder weerga


das sucht seinesgleichen

dat is een brutaliteit zonder weerga


das ist eine Frechheit ohnegleichen

zonder werk zijn


ohne Arbeit sein

zonder (iets) zitten


etwas entbehren, nicht haben

wie zonder zonde is ...


wer da ohne Sünde ist, ...

zonder blikken of blozen


ohne eine Miene zu verziehen, ohne mit der Wimper zu zucken

dit gebeurt zonder dat hij het weet


das geschieht ohne sein Wissen

zonder meer!


ganz bestimmt!

hij vond zonder meer goed dat ...


er war ohne weiteres damit einverstanden, dass ...